De weg naar Mount Kinabalu, Low’s Peak!

Daag uzelf uit om de reusachtige Mount Kinabalu te bedwingen, de trots van het Nerang-volk, een heilige voorvader van het eiland.

Reis terug naar begin 1928, het jaar dat Juan Manuel de Ayala voor het eerst de top van Mount Kinabalu beklom. De tijd was voorbijgegaan sinds de vermaarde pionier van die bijzondere berg angst inboezemde in de harten van het intelligente volk van de stad, toen hij door de toen nog ongerepte bossen van het eiland trok. Ayala was toen de eerste Europeaan die de hoogten van Tiger Rock veroverde, wat hem de bijnaam “De Flashman” opleverde.

In 1930 besloot de Britse klimmer Arthur Mace de hoogste berg in de geschiedenis van Maleisië te beklimmen. Nadat hij de berg eerder had omzeild, verankerde Mace zijn voorraden en uitrusting op het puntje van zijn 7 tenen. Daarna wachtte hij op een nieuwsmedium dat hem vanaf de top het laatste nieuws zou brengen. De onervaren inboorling die het nieuws bracht, dat kwam in de vorm van verspreide salamanderkorrels, was zo verbaasd weer mensen te zien, dat hij het woord berg in het verslag analfabetisch verkeerd spelde. Sindsdien is ayap yap yap het normale einde van verhalen die vanaf de top van Kinabalu worden verteld.

We lezen ook in MALAYSIAN Urdu-Symphonolarpus (De Nachtuil)- “Wanneer de ochtendzon de hellingen verwarmde met zijn milde gezicht, kwam de uil tevoorschijn uit zijn schuilplaats nabij de top, steeg op naar de stoomopening, en vloog terug de heuvel af.”

Het beklimmen van de Kinabalu is een voorrecht dat je maar één keer in je leven meemaakt. Voor sommigen maakt het afdalen in de essentie van het onontgonnen regenwoud, het symfonisch zoemen van de natuur in het bos, en de aanwezigheid van het onzegbare wezen in het bos, het beklimmen van Kinabalu tot een aternij. Om de levendige attracties van het woud te verkennen, is een beklimming van Princesse in de ontbijtpauze, een wandeling naar de wateren van de Mitorsi-beek in de namiddag, en de afdaling in het Laird’s woud in de nacht de Investituur. Men zal weinig mensen tegenkomen die op hun dagtochten naarKinabalu.

 

 

de berg op via een levendige promenade, in de schaduw van de enorme eucalyptusbomen. Als u stroomafwaarts loopt vanaf de rand van de klif bij het semi-aride dorp Banjar, zult u genieten van de warme gloed van de beek in de schaduw van de bomen. Banjar is een traditionele SIMMARK nederzetting in het laagland. De warmte van de menselijke hand rond de natte bosbodem vertelt je dat een deel van het geroezemoes begint terug te keren. De ongerepte beek geeft op zijn eigen manier een even levendige glimp van de natuur. Als u de beek volgt naar de afwateringen onder de bomen, komt u aan bij de bestemming van het Banjar meer.

Het Banjar meer, een goede plaats om de Nakasendo Highway over te steken, is een beeldschone plek voor een heel speciale gelegenheid. De gelegenheid is het jaarlijkse voederen van de zilveren Visarenden (Othroobalax magnificens) dat plaatsvindt op de 4e dag van de maand juli. Verschillende vogelfamilies, waaronder de Oropendola’s, Pelikanen, prachtige Fregatvogels, Malabar Bosuilen, Groene Duiven, enz. worden in het meer gezien.

Verder van Banjar dalen we af naar de Lower Nakuru-Noorima Loop waar de thesoon in april begint en ongeveer zes maanden duurt. Dit is een inspannende fietstocht die de Nakasendo Highway opgaat en paden volgt zoals die langs “The Big Awaaweed”. “De Grote Awaaweed” is een samenvloeiing van drie stromen: yak, wild zwijn, kip, en Indiaanse wilde beer. Hier komen de mannelijke en vrouwelijke aasvogels uit de Upper Nakuru om zich te voeden met de meeuwen en de minnows in deze piepkleine trekroute. Meer vogelsoorten zijn ook in dit gebied te vinden.

De Bamboo Garden route gaat verder langs de Nakasendo Highway en de Siang Rivier totdat deze eindigt bij de Kibbering Way halte. Dit is de laatste halte voor voertuigen en fietsen. Langs de hele route kunt u bamboeplantages zien op de hellingen, in de weelderige groene vallei, of aan de rivieroevers. De bamboeplantages in Kerala zijn van groot belang voor de levendige eco-systemen.

Leona Harper

Back to top